fleurig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fleu·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fleurig fleuriger fleurigst
verbogen fleurige fleurigere fleurigste
partitief fleurigs fleurigers -

Bijvoeglijk naamwoord

fleurig

  1. als een bloem
    • De fleurige meisje was het zonnetje in huis. 
    • Het meisje had fleurige kleren aan. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be