fermiteit

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fer·mi·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fermiteit fermiteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fermiteit v

  1. flinkheid
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
36 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen