resten van de spijsvertering die zijn uitgepoept
  • fe·ca·liën, fe·ca·li·en
enkelvoud meervoud
naamwoord - fecaliën
verkleinwoord - -

de fecaliënmv

  1. (medisch) resten van de spijsvertering die zijn uitgepoept
74 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[4]