fanatisme

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·na·tis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fanatisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fanatisme o [2]

  1. al te felle hartstochtelijke ijver voor iets
    • Wordt de 21e eeuw de eeuw van het religieus fanatisme? 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /fanatɪzmɛ/

Zelfstandig naamwoord

fanatisme

  1. vocatief enkelvoud van fanatismus