families

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·mi·lies

Zelfstandig naamwoord

families mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord familie
Hyponiemen


Deens

Woordafbreking
  • fa·mi·li·es

Zelfstandig naamwoord

families, g

  1. onbepaalde vorm genitief enkelvoud van familie


Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

families mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord family


Noors

Woordafbreking
  • fa·mi·li·es

Zelfstandig naamwoord

families, m

  1. onbepaalde vorm genitief enkelvoud van familie