existentie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exis·ten·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘het bestaan’ voor het eerst aangetroffen in 1650 [1]
  • afgeleid van existent met het achtervoegsel -ie [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord existentie existenties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

existentie v

  1. het bestaan
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen