exceptie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·cep·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uitzondering’ voor het eerst aangetroffen in 1467 [1]
  • afgeleid van het Franse exception of daarvoor van het Latijnse 'exceptio' (met het voorvoegsel ex-)
enkelvoud meervoud
naamwoord exceptie excepties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

exceptie v

  1. uitzondering, (uitvlucht, uitsluiting ??)
  2. (juridisch) verweermiddel bestaande in het aanvoeren van een grond van onontvankelijkheid
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen