euveldaad


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eu·vel·daad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord euveldaad euveldaden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

euveldaad v/m [2]

  1. een verboden, onwettige, criminele handeling
     e commissie die het besluitvoorstel van deputaten voorbereidde, was „geschokt” door de „volstrekt onverantwoorde euveldaad” van de kerk van Zwolle.[3]
     Mocht uit het onderzoek blijken dat sommige brandweerlui aan het filmpje hebben meegewerkt of de opname ervan hebben toegestaan, dreigt hen een zware straf wegens overtreding van hun gedragscode. Volgens de krant Los Angeles Times komen de euveldaden uit twee kazernes: Venice Beach en Hollywood.[4]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. euveldaad op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3.   Weblink bron “Leeftijd emeritaat CGK omhoog” (01-10-2010), Reformatorisch Dagblad
  4.   Weblink bron “Ophef in VS omdat pornoactrice op brandweerwagen 'zit'” (22/09/2011), De Standaard
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be