entscheiden

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • ent·schei·den
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
entscheiden
[ɛntˈʃaɪ̯dn̩]
entschied
[ɛntˈʃiːt]
entschieden
[ɛntˈʃiːdn̩]
volledig

Werkwoord

entscheiden

  1. overgankelijk besluiten
    «Es liegt an dir, zu entscheiden, was du machst.»
    Het is aan jou om te besluiten wat je doet.