employé

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • em·ployé
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord employé employés
verkleinwoord employeetje employeetjes

Zelfstandig naamwoord

employé m [2]

  1. (beroep) werknemer
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   employé     l'employé     employés     les employés  
vrouwelijk   employée     l'employée     employées     les employées  

Zelfstandig naamwoord

employé m

  1. werkkracht, employé, werknemer, bediende