eidooier

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·dooi·er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eidooier eidooiers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eidooier m

  1. (voeding) het binnenste, gele deel, van een ei
    • Voor de bereiding van veel gerechten moet je de eidooier van het eiwit scheiden. 
Schrijfwijzen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be