eetwaren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·wa·ren

Zelfstandig naamwoord

eetwaren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord eetwaar

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be