doorworstelen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·wor·ste·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorworstelen
worstelde door
doorgeworsteld
zwak -d volledig

Werkwoord

doorworstelen

  1. met veel moeite iets hebben doorstaan of volbracht.
    • Hij heeft zich door de school heen geworsteld. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be