doorliggen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·lig·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorliggen
lag door
doorgelegen
klasse 5 volledig

Werkwoord

doorliggen [1]

  1. onovergankelijk (medisch) wonden krijgen door langdurig in dezelfde positie op bed te liggen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen