diakritisch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·kri·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen diakritisch
verbogen diakritische
partitief diakritisch

Bijvoeglijk naamwoord

diakritisch

  1. onderscheidend
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen