denkvermogen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • denk·ver·mo·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord denkvermogen denkvermogens
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

denkvermogen o [1]

  1. het vermogen om (logisch) te denken en te begrijpen
    • Het was, zo zegt Arendt, niet de aanwezigheid van kwade bedoelingen, maar de afwezigheid van kritisch denkvermogen en de kritiekloze opvolging van bevelen van hogerhand die ertoe hebben geleid dat zo veel Joden het leven verloren in de structurele vernietigingspolitiek van de nazi's. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen