custode

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cus·to·de
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord custode custodes
custoden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

custode v

  1. (boekbinderij) de eerste woorden van een volgende pagina die onderaan de vorige pagina staan gedrukt
     Hoe verhinderde de schrijver dat tijdens zijn werkzaamheden de losse katernen in het ongerede raakten? Voor dit laatste stond hem de custode - de bladwachter in mooi Nederlands - ten dienste: op het laatste blad van een katern werd het eerste woord van het volgende katern vermeld.[2]
  2. opziener, opzichter, koster
  3. pijpetui, brillenkoker
Synoniemen

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. custode op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron HUB. HUBBEN “Sarijs-handschriften markant voorbeeld zwolse boekversierkunst” (10 juni 1995), de Volkskrant
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be