criminaliseren
- cri·mi·na·li·se·ren
- afgeleid van het Franse criminaliser (met het achtervoegsel -iseren) [1]
stamtijd | ||
---|---|---|
onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
criminaliseren |
criminaliseerde |
gecriminaliseerd |
zwak -d | volledig |
- Het woord criminaliseren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.