conservatisme

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ser·va·tis·me
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Latijnse 'conservare' (beschermen) met het achtervoegsel -isme
enkelvoud meervoud
naamwoord conservatisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

conservatisme o

  1. gehechtheid aan het bestaande, behoudendheid
  2. (politiek) stroming die streeft naar het behoud van tradities
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be