condensvorming

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·dens·vor·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord condensvorming condensvormingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

condensvorming v

  1. afzetting van kleine druppeltjes uit de lucht op een oppervlak dat veel kouder is
     Gebreken had het gebouw niet, nadelen wel. "Bij mooi weer werd het erg heet in de top van het 24 meter hoge gebouw, terwijl het beneden dan nog erg koel kon zijn", legt Van de Noort uit. "Dat werkte condensvorming in de hand. Maar verder was het nog een uitstekend gebouw."[2]
  2. vorming van druppeltjes in een warme luchtstroom binnen een veel koudere omgeving
     Witte vliegtuigstrepen zijn nauwelijks meer weg te denken uit de blauwe hemel. Deze condensstrepen worden gevormd door de uitlaatgassen van vliegtuigmotoren. (…) De onderzoekers uit het Verenigd Koninkrijk en Duitsland pleiten ervoor om daarom af en toe af te wijken van die meest economische kruishoogte, om condensvorming te voorkomen.[3]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Bernard Hulsman “Sloop dreigt voor Buckminster Fullers koepel” (26 augustus 2003) op nrc.nl
  3.   Weblink bron Cosette Molijn “Minder condens, minder opwarming” (18 februari 2020) op nrc.nl