chemisch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • che·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen chemisch chemischer
verbogen chemische chemischere
partitief chemisch chemischers -

Bijvoeglijk naamwoord

chemisch

  1. (scheikunde) dat wat tot de chemie behoort, volgens de chemie
  2. kunstmatig, niet natuurlijk en daardoor niet goed
     Verder merkte ik dat mijn smaak iets scherper werd zodat ik me onmiddellijk stoorde aan de chemische smaak van het kraanwater in de stad na weken uit de rivier te hebben gedronken.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. chemisch op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be