brij
![]() |
- brij
de brij m
- halfvloeibaar kooksel, pap
- modder
- onsamenhangende hoeveelheid zonder duidelijke betekenis zie bijv. cijferbrij, letterbrij, woordenbrij
- Lang vertrouwde Facebook op algoritmes om orde aan te brengen in de brij van nieuws, sensatiezucht, haatzaaiers en beroepsbeledigers. Maar gebeurtenissen laten zich niet altijd vertalen in een wiskundige formule. Daarom huurt Facebook journalisten in die een lijstje met Trending News samenstellen.[2]
- ▸ Waarover ze het hadden of waarom ze lachten, bleven onderdelen van de filmische brij die aan haar voorbijtrok.[3]
- om de hete brij heendraaien
de pijnlijke kern van iets niet bespreken
- Het woord brij staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "brij" herkend door:
89 % | van de Nederlanders; |
92 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "brij" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ NRC 31 mei 2016
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be