Hoofdmenu openen

WikiWoordenboek β

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brein breinen
verkleinwoord breintje breintjes

Zelfstandig naamwoord

brein o [2]

  1. (anatomie) het zich in de schedel bevindende orgaan dat het denkvermogen herbergt
    • Wat gaat er om in je brein, wanneer je dat meemaakt? 
  2. iemand met een goed denkvermogen wiens denken achter een bepaalde organisatie of gebeurtenis te zoeken is
    • Hij was het brein van die bende misdadigers.  [3]
  3. het verstand, het geestvermogen dat zetelt in de hersenen
    • Een brein kun je niet opereren, in het brein zit geen tumor of een bloeding: dat kan allemaal wel met de hersenen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Bretons