Hoofdmenu openen

WikiWoordenboek β

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brein
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brein breinen
verkleinwoord breintje breintjes

Zelfstandig naamwoord

brein o

  1. (anatomie) het zich in de schedel bevindende orgaan dat het denkvermogen herbergt
    • Wat gaat er om in je brein, wanneer je dat meemaakt? 
  2. iemand met een goed denkvermogen wiens denken achter een bepaalde organisatie of gebeurtenis te zoeken is
    • Hij was het brein van die bende misdadigers. 
  3. het verstand, het geestvermogen dat zetelt in de hersenen
    • Een brein kun je niet opereren, in het brein zit geen tumor of een bloeding: dat kan allemaal wel met de hersenen. 
  1. brein bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
    brein bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Bretons