branchegenoot


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bran·che·ge·noot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord branchegenoot branchegenoten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

branchegenoot m

  1. (economie) bedrijf dat in dezelfde bedrijfstak functioneert
     Het Amerikaanse mediabedrijf Time Inc. wordt overgenomen door branchegenoot Meredith Corp. De 2,3 miljard euro die met de overname is gemoeid, wordt deels gefinancierd door de conservatieve Koch-broers, die er 550 miljoen dollar voor uittrekken.[1]
     De Amerikaanse chipfabrikant Broadcom wil branchegenoot Qualcomm kopen. Met de vijandige overname is een bedrag gemoeid van 130 miljard dollar: 105 miljard voor de aandelen en 25 miljard voor de schulden. Als de overname slaagt is het de grootste deal ooit in de techsector.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Conservatieve Amerikaanse broers steken geld in overname Time” (27-11-2017), NOS
  2.   Weblink bron “Bod van 130 miljard dollar op chipmaker” (06-11-2017), NOS