bosparelmoervlinder

De bosparelmoervlinder

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·pa·rel·moer·vlin·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bosparelmoervlinder bosparelmoervlinders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bosparelmoervlinder m

  1. (vlinders) bepaalde soort vlinder, Melitaea athalia  , uit de onderfamilie Melitaeinae, die in Nederland zeldzaam is.
     De bosparelmoervlinder leeft op grazige kruidenrijke en zonnige plaatsen in het bos en heeft in Nederland hengel als waardplant.[1]
     De eveneens zeer zeldzame bosparelmoervlinder houdt nu juist van open kapvlakten, waar zijn rupsen zich voeden met hengel, een plant vooral te vinden is op plaatsen waar kortgeleden eiken zijn gekapt.[2]

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “NDFF Verspreidingsatlas Dagvlinders”
  2.   Weblink bron “Het laatste vlinderjaar Marion de Boo” (14 februari 1989), NRC Handelsblad