bevorderen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vor·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘de ontwikkeling begunstigen’ voor het eerst aangetroffen in 1500 [1]
  • Afgeleid van vorderen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevorderen
bevorderde
bevorderd
zwak -d volledig

Werkwoord

bevorderen

  1. overgankelijk een hogere rang verlenen aan iemand
    • Hij werd bevorderd tot commandant. 
    1. (vrijmetselarij) een leerling tot gezel promoveren
  2. overgankelijk aanmoedigen, promoten, stimuleren, verbeteren
    • We hebben wat leuke uitstapjes gemaakt die de contacten verstevigden en de saamhorigheid bevorderden. 
     De achterliggende gedachte hiervan is het kweken van een financiële buffer waarmee wij belangrijke aspecten als veiligheid en hygiëne in talrijke hotels kunnen bevorderen.[2]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen