bestuurslid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stuurs·lid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bestuurslid bestuursleden
verkleinwoord bestuurslidje bestuurslidjes

Zelfstandig naamwoord

bestuurslid o

  1. iemand die deel uitmaakt van een bestuur
    • De voorzitter en de secretaris zijn de belangrijkste bestuursleden 
    • ECB-bestuurslid Sabine Lautenschläger stapt per 31 oktober op als bestuurslid van de Europese Centrale Bank (ECB). Lautenschläger is een uitgesproken tegenstander van het opkoopbeleid van de ECB. Gezien de ECB onlangs een nieuw opkoopbeleid aankondigde, speculeren analisten dat haar vertrek hiermee te maken heeft. [1] 
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. www.nu.nl (27-sep-2019)
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be