bekomen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekomen
bekwam
bekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

bekomen [2]

  1. een goede of slechte uitwerking hebben
    • Het eten is mij niet goed bekomen. 
  2. ergatief herstellen
    • Toen hij van de schrik was bekomen, kon hij eindelijk weer helder nadenken. 
     Deze slangenman kreeg direct de trailnaam Rattlesnake toebedeeld en toen ik een beetje was bekomen van de schrik vroeg ik of ik de slang ook even mocht vasthouden.[3]
  3. overgankelijk in eigendom krijgen*
    • Hij wilde het nieuwe album van Robbie Williams bekomen. 
Opmerkingen
  • De betekenis "in eigendom krijgen" is in Nederland na de 19e eeuw niet meer gangbaar.[4][5]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bekomen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van: bekomen…
geen verbogen vorm

bekomen

  1. voltooid deelwoord van bekomen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. bekomen op website: Etymologiebank.nl
  2. Bekomen / verkrijgen
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  4. Bekomen / verkrijgen op website Nederlande Taalunie: taaladvies.net; geraadpleegd 2019-11-05
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be