• be·dan·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedanken
bedankte
bedankt
zwak -t volledig

bedanken

  1. overgankelijk erkentelijkheid tot uitdrukking brengen
    • Ik wil jullie bedanken voor jullie gastvrijheid. 
     Allereerst wil ik alle hikers en Trail Angels bedanken die ik heb ontmoet. Het waren deze ontmoetingen die de trail magisch maakten.[1]
  2. inergatief weigeren aan te nemen
    • Sorry, maar daar bedank ik voor. 
  3. inergatief ~ voor: een lidmaatschap of abonnement opzeggen
    • Ik wil graag voor de krant bedanken. 
99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be