avocado

Avocado's.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avo·ca·do
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan de (Amerikaans-)Engelse benaming avocado (var. avogato, avocato, avigato) voor de Persea americana  . [1]
  • De avocado werd al in 1750 door Spaanse handelaren naar Zuidoost-Azië gebracht en daarom al vroeg in Nederlands-Indië goed verkrijgbaar [2].
  • In Nederland werd de vrucht pas in de jaren 60 (eerder dan 1968 [3]) in bredere kring bekend, mede dankzij de aanvoer uit Israël, zie vindplaats hieronder.
enkelvoud meervoud
naamwoord avocado avocado's
verkleinwoord avocadootje avocadootjes

Zelfstandig naamwoord

avocado v/m

  1. (fruit) (voeding) Persea americana   een tropische vrucht van de avocadoboom
     Het feit, dat Israël binnenkort een aanvraag tot associatie bij de EEG zal indienen, zal de Italiaanse bezorgdheid niet verminderen. Weliswaar bestaan er met Israël al sinds 1962 handelsovereenkomsten voor een beperkt aantal produkten waaronder citrusvruchten, avocado's, enz., doch deze werpen eigenlijk voor dit land weinig vrucht af.[4]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. avocado op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron Advertentie: Toko Bastiaans, Ambarawa in: De locomotief, Samarangsch handels- en advertentie-blad (25-06-1879), De Groot, Kolff & Co, Semarang, p. 3 op Delpher.nl  
  3. "avocado" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4.   Weblink bron Vooral Italië bezorgd over associatieverdragen EEG in: Provinciale Zeeuwse Courant (26-09-1966), p. 3 op krantenbankzeeland.nl
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
  • Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
  • IPA: /ævəˈkɑːdəʊ/ (VK), /ɑvəˈkɑdoʊ, ævəˈkɑdoʊ/ (US)
Woordafbreking
  • avo·ca·do
Woordherkomst en -opbouw
  • Geleend uit Amerikaans-Spaans avocado, geassocieerd met abogado (lett. advocaat), de volksetymologische weergave van het inheemse woord aguacate (uit Nahuatl ahuacatl) [1], of geleend uit een andere, inheemse term, “Caribisch” aohuicate, avoka. [2]
  • Voor het eerst genoemd door de Britise arts en natuurkenner Hans Sloane in zijn catalogus van planten op het eiland Jamaica, verschenen in 1696. [3]

Zelfstandig naamwoord

avocado

  1. (fruit) (voeding) Persea americana   een tropische vrucht van de avocadoboom
Overerving en ontlening

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Avocado in: Oxford English Dictionary, second edition (1989), Oxford University Press op oed.com
  2.   Weblink bron avocado in: Diccionario de la lengua española, Vigésima tercera edición (2014), Real Academia Española op rae.es
  3.   Weblink bron Hans Sloane “Catalogus plantarum quae in insula Jamaica” (1696), p. 186 op archive.org  


Noors

Zelfstandig naamwoord

avocado

  1. incorrecte spelling van avokado

Nynorsk

Zelfstandig naamwoord

avocado

  1. incorrecte spelling van avokado