Hoofdmenu openen

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·scho·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord asschotel asschotels
verkleinwoord asschoteltje asschoteltjes

Zelfstandig naamwoord

asschotel v / m

  1. schotel om as in op te vangen

Gangbaarheid