armoeiig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·moei·ig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen armoeiig armoeiiger armoeiigst
verbogen armoeiige armoeiigere armoeiigste
partitief armoeiigs armoeiigers -

Bijvoeglijk naamwoord

armoeiig

  1. (informeel) op een manier die past bij armen
  2. (informeel) van slechte kwaliteit, getuigend van slechte smaak
     Op internet ging zijn naam gisteravond rond in combinatie met de emoji van een geit. Geit. Goat. GOAT. Greatest Of All Time. Een nogal armoeiige poging om genie in een plaatje te vatten, of in een slogan die vermoedelijk rechtstreeks van de Nike-tekentafel komt. Messi is inderdaad niet menselijk, maar om hem daarom dan maar te vergelijken met de Tom Beugelsdijk onder de kinderboerderijdieren vind ik een zwaktebod.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Frank Heinen “‘Mèèèssi, Mèèèssi’” (18/03/2019), HP de Tijd
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be