appelfiguur

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pel·fi·guur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord appelfiguur appelfiguren
verkleinwoord appelfiguurtje appelfiguurtjes

Zelfstandig naamwoord

appelfiguur o

  1. het lichaam hebbende met de vorm van een appel, waarbij men breder is rond de borst en de buik, maar men slanker is bij de benen en de schouders
Verwante begrippen

Gangbaarheid