ambiance

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • am·bi·an·ce
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘sfeervolle omgeving’ voor het eerst aangetroffen in 1959 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ambiance ambiances
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ambiance v/m

  1. omgeving, stemming, sfeer
    • De opera werd in een sfeervolle ambiance gespeeld. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen