alfaman

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·fa·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alfaman alfamannen
verkleinwoord alfamannetje alfamannetjes

Zelfstandig naamwoord

alfaman m

  1. dominante man die zich hanig, stoer (tegenover vrouwen) gedraagt
     Alex omschrijft zichzelf als een echte alfaman: als hij over een festivalterrein loopt pakken alle mannen gelijk hun vriendin vast.[1]
     De alfaman: 'Flirten begint ineens'[2]
     Van Zutphen is een type alfaman dat weinig tegenspraak duldt.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Maxime Segers “Deze acht vrijgezellen gaan het Ex on the Beach-avontuur aan” (24-04-2018), Tubantia
  2.   Weblink bron Tom Tates “Mannen bekennen: ‘Ook ik deed het’” (09-11-2017), Tubantia
  3.   Weblink bron Suzanne Geuze en Koen Voskuil “'Kinderombudsman werd tikje te populair'” (11-01-2017), Tubantia