acteerles

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·teer·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord acteerles acteerlessen
verkleinwoord acteerlesje acteerlesjes

Zelfstandig naamwoord

acteerles v / m

  1. (onderwijs) les in het acteren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be