achterhoedegevecht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·hoe·de·ge·vecht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterhoedegevecht achterhoedegevechten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

achterhoedegevecht o [1]

  1. gevecht tussen de achterhoede van een vluchtend leger en een vijand die dat leger achterna zit
  2. een nutteloos gevecht voor een al verloren zaak
    • Zo op het oog lijken de christelijke partijen hier een achterhoedegevecht te leveren. Dat wordt echter heel anders wanneer we de blik over de grens werpen. Nergens ter wereld wordt namelijk op regeringsniveau wetgeving overwogen die het mogelijk maakt om zonder medische indicatie dodelijke middelen toe te dienen aan ouderen die hun leven voltooid achten. Stervenshulpverleners met een licence to kill vormen een splinternieuwe beroepsgroep binnen de westerse beschaving.[2]  

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Alfred Pijpers 22 maart 2017