Hoofdmenu openen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abat·toir
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slachthuis’ voor het eerst aangetroffen in 1861 [1]
  • Van het Franse abattoir [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord abattoir abattoirs
verkleinwoord abattoirtje abattoirtjes

Zelfstandig naamwoord

abattoir o

  1. een bedrijf waar dieren geslacht worden
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Engels

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  abattoir     l'abattoir     abattoirs     les abattoirs  

Zelfstandig naamwoord

abattoir m

  1. slachthuis, abattoir