• aan·ha·lings·te·ken
enkelvoud meervoud
naamwoord aanhalingsteken aanhalingstekens
verkleinwoord aanhalingstekentje aanhalingstekentjes

het aanhalingstekeno

  1. (taalkunde) leesteken om geciteerde woorden van die van de auteur te onderscheiden
    • De punt komt voor het aanhalingsteken als er een hele zin wordt aangehaald. 
  2. (taalkunde) leesteken om op bijzondere woorden een speciale aandacht te vestigen
    • De titel van het besproken boek werd tussen aanhalingstekens gezet. 
  3. een stuk tekst bijzonder maken om aan te geven dat je de inhoud twijfelachtig vindt
100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]