aangelegenheid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·le·gen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aangelegenheid aangelegenheden
verkleinwoord aangelegenheidje aangelegenheidjes

Zelfstandig naamwoord

aangelegenheid v

  1. zaak, kwestie
     Het afscheid van de gestorven graaf is officieel een privéaangelegenheid. Maar een rouwstoet met vijfhonderd genodigden die van de Grote Kerk in het centrum van Almelo naar het mausoleum op het grafelijke landgoed ten oosten van de stad wandelt is ook een publieke aangelegenheid.[2]
  2. belang
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. aangelegenheid op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron Henk van Schuppen “Uitvaart Heer van Almelo: nog één keer passeert graaf Van Rechteren de Limpurgsingel” (22-11-2019), Tubantia
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be