WikiWoordenboek:Werkwoord: verschil tussen versies

Verwijderde inhoud Toegevoegde inhoud
Curious (overleg | bijdragen)
k Wijzigingen door 80.200.241.108 (Overleg) hersteld tot de laatste versie door Curious
Regel 32:
Er kunnen naar de functie in een zin een aantal verschillende soorten werkwoorden onderscheiden worden. Hoeveel precies hangt van de taal af, maar voor het Nederlands is er een negental.
 
==Overgankelijke werkwoorden==
hallo mensen
Een '''overgankelijk werkwoord''' is een [[werkwoord]] waarbij een [[lijdend voorwerp]] geplaatst kan worden.
 
Een dergelijk werkwoord kan dan omgezet worden (''overgaan'') in een [[WikiWoordenboek:Lijdende vorm|lijdende constructie]].
ik zal jullie allemaal doden maaaaaah
 
In het Nederlands bijvoorbeeld:
 
: [De man] [slaat] [de hond]
: ''[onderw] [ov ww] [lijd vw.]''
 
Deze zin kan overgaan in de lijdende vorm. In het Nederlands wordt daartoe het hulpwerkwoord ''worden'' gebruikt.
 
: [De hond] [wordt geslagen] [door de man]
: ''[onderw] [passief ww] [(dader)]''
 
De lijdende vorm is ''persoonlijk'', dat wil zeggen dat er een onderwerp is (de hond), in dit geval in de derde persoon. Of er ook eerste en tweede personen voorkomen hangt van de betekenis van het werkwoord af. Bij ''slaan'' is dat wel het geval:
 
:Ik word geslagen
:Jullie zijn geslagen
 
Maar bijvoorbeeld bij ''vliegen'' ligt dat anders:
 
:Deze vliegtuigen worden gevlogen - zij worden gevlogen (derde persoon meervoud)
:<s>Ik word gevlogen.</s> (vliegtuigen praten nu eenmaal niet)
 
Een passieve zin kan ingeleid worden met ''er'', maar er is in de regel wel een (persoonlijk) onderwerp:
 
:Er worden ''veel honden'' geslagen.
 
Overgankelijke werkwoorden worden in de (bedrijvende) voltooide tijden vervoegd met ''hebben'', in de lijdende met ''zijn''
 
===Dubbele overgankelijkheid===
 
In sommige talen, bijvoorbeeld het Engels, kunnen niet alleen lijdende, maar ook meewerkende voorwerpen gebruikt worden voor de overgang naar een lijdende constructie:
 
:[John] [gives] [me] [a book]
:''[Ondw] [ov ww] [mv] [lijdv]''
:A book was given to me by John
:I was given a book by John
 
In de laatste zin is het meewerkend voorwerp ''me'' overgegaan in het onderwerp ''I''. We zouden dit een "meewerkende vorm" kunnen noemen, analoog aan de ''lijdende'' vorm die uit het lijdend voorwerp ontstaat.
 
In het Nederlands is, althans met het hulpwerkwoord ''worden'', deze vorm van overgankelijkheid ''niet'' toegestaan. Alleen het lijdend voorwerp [een boek] kan onderwerp worden:
 
:'''''Aan mij''''' is door John een boek gegeven.
 
In sommige gevallen is het wel mogelijk met het werkwoord ''krijgen'', dat dan als hulpwerkwoord optreedt een vergelijkbare pseudo-passieve<ref>[http://lands.let.ru.nl/amazon/Casus/passief.htm]</ref> zin te construeren:
 
:''bedrijvend'': Zij reikten (aan) hem een prijs uit.
:''lijdend'': Hem werd een prijs uitgereikt.
:''meewerkend'': Hij '''kreeg''' door hen een prijs uitgereikt.
 
We zouden dus kunnen stellen dat het Nederlands een eigen hulpwerkwoord voor de "meewerkende vorm" heeft, nl. [[krijgen]].
{{refs}}
 
==Ergativiteit==
 
Lang niet alle werkwoorden zijn overgankelijk. Deze overige werkwoorden worden wel samengevat onder de term ''onovergankelijk werkwoord''. Dat is echter een wat onnauwkeurige term, zeker in het Nederlands, omdat er een andere vorm van 'overgang' dan naar de lijdende vorm bestaat naar een vorm die men wel de ''ergativiteit'' noemt.
 
Vergelijk:
 
#''(Actief):'' De man smelt het <font color=green>ijs</font>.
#''(Passief):'' Het <font color=green>ijs</font> wordt door de man gesmolten.
#''(Ergatief):'' Het <font color=green>ijs</font> smelt.
 
Zowel passief als ergatief is <font color=green>ijs</font> het onderwerp geworden, maar in de laatste zin is er geen 'dader' ofwel handelend voorwerp. Het proces verloopt '''''vanzelf''''' en is niemands 'schuld'. ''Smelten'' is in dat geval een ''ergatief'' of ''niet-accusatief'' werkwoord. Wat het lijdend voorwerp was van het overgankelijke werkwoord (''het ijs'') is nu het onderwerp (net als in de lijdende zin) maar er is geen dader, geen lijdend voorwerp en geen hulpwerkwoord ''worden''. In het Nederlands komt dit soort werkwoorden veel voor.
 
===''Zijn'' versus ''hebben''===
Een kenmerk van ergatieven is dat zij in de voltooide tijden vervoegd worden met ''zijn'' in plaats van ''hebben'':
 
#''(Actief):'' De man ''heeft'' het ijs gesmolten.
#''(Passief):'' Het ijs ''is'' door de man gesmolten <s>geworden</s>.
#''(Ergatief):'' Het ijs '''''is''''' gesmolten.
 
Er zijn in het Nederlands ook onovergankelijke werkwoorden die ''hebben'' nemen in de voltooide tijd. Zij worden inergatieven genoemd en hieronder besproken. Niet alle talen maken overigens dit onderscheid in hulpwerkwoord. In het Engels is het bijvoorbeeld ''has melted'' en is het verschil tussen ergatief en inergatief minder duidelijk. Daarom is er ook een lemmacode ''intr'' voor onovergankelijk.
 
Het hulpwerkwoord van de passieve constructie is ook ''zijn'' in het Nederlands, omdat ''worden'' nu eenmaal ''zijn'' als hulpwerkwoord neemt. We zouden kunnen zeggen: worden is ook ergatief, hoewel het zelfstandig gebruikt eerder een koppelwerkwoord is. Maar ook koppelwerkwoorden nemen meestal ''zijn''. Het voorbeeld laat echter wel zien dat er een verband is tussen passief en ergatief. Laat de 'dader' weg en passief en ergatief zijn identiek.
 
===Welke werkwoorden zijn ergatief?===
Smelten is een voorbeeld van een werkwoord dat zowel overgankelijk als ergatief gebruikt kan worden, maar er zijn ook werkwoorden die alleen ergatief zijn, zoals werkwoorden die een beweging uitdrukken: ''gaan'' of een proces: ''stollen''.
 
:Ik ga naar school.
:Ik ben naar school gegaan.
 
:Het vet stolt
:Het vet is gestold
 
Nu lijkt het wel of bij ''gaan'' er een 'dader' is, immers 'ik' doe mijzelf de gang naar school aan. Maar vergelijk bijvoorbeeld zinnen als:
 
:De man ging dood
:Hoe is het gegaan?
:De deur ging dicht.
Het 'vanzelf'-aspect van ''gaan'' is hier veel duidelijker.
 
Ergatieve werkwoorden hebben geen lijdend voorwerp en zijn strikt onovergankelijk, maar het hulpwerkwoord ''laten'' kan gebruikt worden om van een ergatief een actieve constructie te maken:
 
:Het vet stolt.
:Ik laat het vet stollen.
 
Soms zijn van oorsprong overgankelijke werkwoorden ergatief geworden, bijvoorbeeld als zij een beweging uitdrukken:
 
:Hij ''is'' hem gesmeerd.
 
Het woord 'hem' was oorspronkelijk een lijdend voorwerp van het normaal gesproken overgankelijke werkwoord smeren, maar is nu onderdeel van een staande uitdrukking die als ergatief werkwoord gebruikt wordt.
 
Omdat ergatieven geen dader kennen zijn zij de werkwoorden van de onschuld. Zonder dader kan immers niemand de schuld krijgen? Dit aspect is vrij sterk in het Nederlands, het zorgt ervoor dat sommige op zich overgankelijke werkwoorden die iets te maken hebben met 'acties' als vergeten of verliezen -waar de 'dader' zich niet al te verantwoordelijk voor voelt, het gaat immers vanzelf?- behandeld worden alsof zij ergatieven zijn. Je krijgt dan zinnen als:
 
:Ik vergeet mijn boek (overgankelijk)
:Ik '''ben''' mijn boek vergeten (toch zijn!)
 
:Dit raakt onherroepelijk kwijt (ergatief)
:Zie je wel, het is kwijtgeraakt (ergatief)
:Ik '''ben''' mijn boek kwijtgeraakt (actief gebruikt, maar wel ''zijn''..)
 
==Koppelwerkwoorden==