Macedonië

Nederlands

demoniem
inwoner Macedoniër
vrouwelijke inwoner Macedonische
bijvoeglijk Macedonisch
Uitspraak
Woordafbreking
  • Ma·ce·do·nië
enkelvoud meervoud
naamwoord Macedonië -
verkleinwoord - -

Eigennaam

Macedonië o

  1. historisch Grieks koninkrijk
  2. de grootste regio van Griekenland
  3. (geschiedenis) land in de Balkan, sinds 12 februari 2019 heet het land officieel Noord-Macedonië
Verwante begrippen
Landen in Europa in het Nederlands
AlbaniëAndorraArmeniëAzerbeidzjanBelgiëBosnië en HerzegovinaBulgarijeDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkGeorgiëGriekenlandGroenlandHongarijeIerlandIJslandItaliëKazachstanKroatiëLetlandLiechtensteinLitouwenLuxemburgNoord-MacedoniëMaltaMoldaviëMonacoMontenegroNederlandNoorwegenOekraïneOostenrijkPolenPortugalRoemeniëRuslandSan MarinoServiëSloveniëSlowakijeSpanjeTsjechiëTurkijeVaticaanstadVerenigd KoninkrijkWit-RuslandZwedenZwitserland
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie