Gewijzigd op 6 jun 2013 om 11:45

verlies

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • ver·lies
enkelvoud meervoud
naamwoord verlies verliezen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verlies o

  1. het teloorgaan, kwijtraken
    Zijn vertrek naar Amerika is een groot verlies voor onze afdeling.
    Het bedrijf leed in dit kwartaal grote verliezen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verliezen

verlies

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verliezen
    Ik verlies.
  2. gebiedende wijs van verliezen
    Verlies!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verliezen
    Verlies je?