Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·voegt

Werkwoord

vervoeging van
toevoegen

toevoegt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toevoegen
    • ... dat jij toevoegt. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toevoegen
    • ... dat hij toevoegt.