Gewijzigd op 28 feb 2013 om 23:51

sterfte

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sterf·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sterfte -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sterfte v

  1. het aantal sterfgevallen in een bepaalde tijd of in bepaalde omstandigheden
    Er was dit jaar een zorgbarend hoog percentage verloskundige sterfte.
Vertalingen