Gewijzigd op 10 mei 2013 om 01:00

oplichter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·lich·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oplichter oplichters
verkleinwoord oplichtertje oplichtertjes

Zelfstandig naamwoord

oplichter m

  1. een mannelijk persoon die oplicht
    Peter R. de Vries wist de oplichter op te pakken en te arresteren.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie