Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leun·den aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanleunen

leunden (…) aan

  1. meervoud verleden tijd van aanleunen
    • Wij leunden aan. 
    • Jullie leunden aan. 
    • Zij leunden aan. 

Gangbaarheid