Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·klont·je

Zelfstandig naamwoord

het ijsklontjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ijsklont
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be