bedoelen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·doe·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van doelen met het voorvoegsel be- of afgeleid van doel met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedoelen
bedoelde
bedoeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bedoelen

  1. met een woord of toespeling iets of iemand aanduiden of proberen aan te duiden
    Ik bedoel maar te zeggen dat ik wél even gelijk had...
  2. (overgankelijk) iets met een bepaald oogmerk doen
    Zo kwaad was het nou ook weer niet bedoeld.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gewijzigd op 22 jan 2013 om 22:13